101 vragen aan de juf

Alleen al als je het boek ‘101 vragen aan de juf’ van Nathalie van Thiel openslaat word je vrolijk. Weer zo’n boek dat ik echt met jullie moet delen. Want vaak al voordat je kind naar de basisschool gaat, ontstaan er allerlei vragen. Hoe gaat dat eigenlijk, hoe moet dat, wat wel en wat niet en nog veel meer? En dat gaat zo de hele schoolperiode door. Vragen die je gewoon kunt stellen aan ‘de juf’ natuurlijk. Heel veel van deze vragen worden in dit leuke boek beantwoord. Super! Wij stelden Nathalie een paar vragen.

101vragen

Waarom heb je het boek geschreven?
“Ruim zeventien jaar stond ik voor de klas in het basisonderwijs. Ik gaf met veel plezier les in vrijwel alle groepen. Ondertussen was ik zelf moeder geworden en nog steeds juf. En had ik ook vragen, waarbij ik geen lastige ouder wilde zijn, maar wel het beste voorhad met mijn kinderen. Via een open sollicitatie werd ik onderwijsvraagbaak voor de website van JM (opvoedtijdschrift voor ouders).  Een selectie van de vragen die ik daar de afgelopen vier jaar kreeg, heb ik nu gebundeld in dit boek. Nog steeds ontvang ik vragen en het verbaast me wel eens dat er na vier jaar nog steeds nieuwe onderwerpen bijzitten. Het basisonderwijs is zo breed, het blijft altijd in ontwikkeling en altijd interessant”.

Voor welke ouders is dit boek een must have?
“Wanneer je kind binnenkort naar de basisschool gaat, ontstaan al de eerste vragen. Hoe kies ik een goede basisschool voor mijn kind? Wat moet mijn kind allemaal kunnen voordat hij naar de basisschool gaat? Veters strikken, knippen, zelf aan en uitkleden? Moet hij honderd procent zindelijk zijn?

Wanneer je kind eenmaal op de basisschool zit blijven er elk jaar weer nieuwe vragen komen. Hoe lang laat ik mijn kind kleuteren? Is het verstandig om thuis te oefenen voor de Citotoets? Mijn kind wordt gepest, help! Mijn kind moet doubleren of verveelt zich in de klas? Misschien is mijn kind dyslectisch?

Ouders hebben zoveel vragen, de hele basisschooltijd door en telkens weer andere. Ik geef antwoorden, adviezen en tips, ook voor een goed gesprek en wat je van een leerkracht mag verwachten”.

Voor wie is het boek nog meer een aanrader?
“Ik krijg heel veel positieve reacties van leerkrachten. Ook voor hen is het fijn om te weten welke vragen er leven onder ouders. Maar het is bijvoorbeeld ook heel handig voor Pabo-studenten, want het komt straks allemaal terug in hun vak”.

Wat kan je er concreet mee?
“Mijn boek geeft je basiskennis. Door op te hoogte te zijn van het huidige basisonderwijs begrijp je beter hoe een dag van je kind eruit ziet en hoef je minder vaak bij de juf aan te kloppen. Het vertelt je hoe je een gesprek aangaat met de leerkracht over diverse onderwerpen. Het wordt duidelijk wat je mag verwachten en daardoor sta je als ouder zelfverzekerder in het gesprek. Voor iedereen prettiger! En je leest bijvoorbeeld ook wat je als ouder zelf kunt doen bij leer- of gedragsproblemen”.

Welke 3 onderwerpen slaan het meeste aan?
“Op één staat het kleuteronderwijs: mijn verhaal deed veel ouders de ogen openen. Gevolgd door doubleren. Ouders worden steeds vaker betrokken bij de beslissing: wel of niet doubleren? Moeilijk hoor, voor ouders en leerkrachten. Op de derde plek staat de Cito-toets. Scholen hanteren meestal het leerlingvolgsysteem van Cito en ik leg het hoe, wat en waarom uit”.

Wat zijn enkele leuke reacties?
“Een leuke reactie kreeg ik van Cito: ‘Een goed boek. Helder en relativerend.’ Ik krijg daarnaast veel reacties van ouders, maar ook heel veel van leerkrachten: ‘Een aanrader voor alle moeders (en vaders) voor wie hun eerste kind naar school gaat’.

Een moeder stuurde mij een bericht dat ze door mijn antwoord heel anders naar het probleem was gaan kijken en dat het haar en haar kind enorm geholpen had. Dat vond ik natuurlijk ontzettend fijn!”.

Wat een handzaam en leerzaam boek als je het mij vraagt. Ik kan me voorstellen dat je hem graag in huis wilt hebben. Goed nieuws: ik mag er weer twee weggeven aan mijn enthousiaste lezers. Wil jij er één ontvangen, plaats dan gauw een bericht met jouw motivatie. Dan lezen we later natuurlijk graag op onze Facebook-pagina terug wat je ervan vindt en wat je ervaringen zijn.

Temperamentvolle kinderen – Eva Bronsveld

Mijn vriendinnetje en collega Eva Bronsveld geeft al jaren workshops en schrijft al lange tijd hele fijne blogs over haar manier van omgaan met temperamentvolle kinderen. Ze heeft er zelf twee dus naast vakmatig is ze ook nog eens ervaringsdeskundige. En nu is er dan haar eerste boek. En wat is dat een heel goed en fijn en praktisch boek. Ik ben fan en heb haar een paar vragen voorgelegd over dit nieuwe boek.

temperamentvolle_kinderen

Voor welke ouders is dit boek een must have?
Voor ouders van temperamentvolle kinderen. Met temperamentvolle kinderen bedoel ik intense, gevoelige en opmerkzame kinderen die een sterke eigen wil hebben. Dit zijn prachtige eigenschappen, en zelfs eigenschappen die we in volwassenen vaak erg waarderen, maar die we bij kinderen vaak maar lastig vinden. Door deze eigenschappen zijn deze kinderen vaak heel enthousiast en uitbundig. Ze kunnen zich goed inleven in anderen en kunnen erg genieten van kleine dingen. Ook weten ze vaak precies wat ze willen en zijn ze erg creatief om dit voor elkaar te krijgen. Heel fijn dus allemaal, maar als ouder sta je wel regelmatig voor pittige uitdagingen. Want diezelfde eigenschappen kunnen er ook voor zorgen dat je kind snel overspoeld raakt door emoties, dat hij soms weigert om, in jouw ogen, volstrekt voor de hand liggende dingen te doen en dat nieuwe situaties heel spannend kunnen zijn.

Wat kan het boek je als ouder opleveren?
Je gaat je kind (weer) door een positieve bril zien en je krijgt (nog meer) inzicht in wat je kind nodig heeft om goed te gedijen. Je leert herkennen wat de triggers bij jouw kind kunnen zijn, wat je kind extra nodig heeft en wat je juist beter kunt omzeilen. Ook ontdek je dat samenwerken geen zwaktebod is, maar juist een krachtig instrument om tegemoet te komen aan wat je kind én jij nodig hebben. En natuurlijk lees je wat je kunt doen op het moment dat je kind toch overmand wordt door zijn emoties.

Je boek is een aaneenrijging van herkenbare situaties, heldere uitleg en heel veel praktische tips. Het leest heel lekker weg en geeft je echt handvatten om direct uit te gaan proberen. Kun je ons drie dingen meegeven die je zelf heel belangrijk vindt of die eigenlijk altijd aanslaan?

Nou, drie dingen die ik heel belangrijk vind:

  • Kinderen wíllen het goede doen. Er is geen enkel kind dat ’s ochtends opstaat met het idee “ik ga vandaag eens lekker dwars doen”. Als je kind negatief gedrag vertoont, komt dat doordat hij op dat moment niet anders kan of omdat er iets dwars zit. Het is altijd effectiever om te kijken naar wat er achter het gedrag zit van je kind en daar een oplossing voor te zoeken, dan dat je het gedrag aanstuurt. Op moeilijke momenten heeft je kind jouw hulp het hardst nodig.
  • Laat de verbinding met je kind altijd voorop staan. Investeer zoveel als je kan in het op een fijne manier tijd met elkaar door brengen. Knuffel, lach en speel zo vaak als je maar kan. En ook op lastige momenten: probeer altijd om in contact te blijven met je kind en steeds sámen oplossingen te zoeken voor problemen.
  • Je hoeft als ouder niet de baas te zijn om invloed te hebben. Sterker nog, de invloed op je kind is vele malen groter op het moment dat je kind naar je luistert omdat hij wíl horen wat je te zeggen hebt dan wanneer hij dit doet omdat het móet. Ook als je een gelijkwaardige relatie hebt, kun je grenzen aangeven. Je kunt nog steeds van je kind verwachten dat hij rekening met jou én met anderen houdt als je tegelijkertijd ook rekening met hem houdt.

Ik merk aan alle reacties op je boek dat heel veel ouders heel erg blij zijn dat het er is. Welke reacties op je boek heb je inmiddels van ouders ontvangen waar je zelf heel blij van wordt?

Ik kan er zeker een paar opnoemen! Bijvoorbeeld deze:

“Kippenvel op mijn rug, brok in mijn keel, tranen in mijn ogen…… vanaf het moment dat ik in je boek ‘Temperamentvolle kinderen’ ben begonnen!”

“Voor mij was het een blik vol herkenning. Het is alsof je het over ons leven, onze kinderen en dan vooral onze dochter hebt! Zo fijn om eindelijk iets te kunnen herkennen.”

“Eva, dank je wel voor dit boek. Ik zit de hele tijd ‘Ja!’ te roepen tijdens het lezen. Ik ga het aan al mijn vriendinnen met kinderen (al dan niet temperamentvol) aanraden.”

“Ik vind hem fantastische! Herkenning en gemakkelijk toepasbaar. Ik merk direct verandering bij mijn kinderen. Ook voor mijn werk als SBO-leerkracht kan ik hier ontzettend veel mee. Bedankt!”

“Als mijn dochtertje weer een ‘bui’ heeft zegt ze… ‘Mam….kijk even in het boek’!”

Eva geeft ook workshopdagen voor ouders die graag echt in dit thema willen duiken. Wanneer de volgende dagen zijn, lees je op haar eigen site. Het boek zelf kun je bestellen bij Bol.com.

Koop bij bol.com

Nieuw: Vlinder & Slak

Wendy Traa (1973) is moeder van twee dochters en woont met haar man Siebren, dochters Bloeme en Veerle en hond Noor. Ze is leerkracht basisonderwijs, kinderyogadocent en historica. Eind november verschijnt haar prentenboek “Vlinder & Slak”. Een mooie gelegenheid om Wendy een paar vragen te stellen.

Kun je iets vertellen over Vlinder en Slak? Wat is het voor een soort boek?
“Het zijn twee verhalen, die elkaar ontmoeten in het midden van het boek: het is dus een omkeer- en ontmoetboek. Dat vind ik er erg leuk en bijzonder aan. Je beleeft echt een avontuur in de verhalen van Vlinder en Slak, je leeft met ze mee en kunt van ze leren.

OmslagenVlinder_Slak

In het verhaal ‘Vlinder krijgt een huis’ beleef je met Vlinder haar zoektocht naar rust en eenvoud. Ze is natuurlijk enorm aan het fladderen, zwiert van bloem naar bloem en ontdekt vrolijk de hele wijde wereld. Maar soms is ze moe, wil ze even tot rust komen. Maar hoe? Ze heeft geen huis om in te rusten, zoals Slak. Ze bedenken van alles om een huis te maken, maar niets lukt. Uiteindelijk leert Slak haar te rusten bij zichzelf en ontdekt ze iets heel belangrijks: dat haar lijf haar huisje is om in te rusten. Hoe dat precies gaat, lees je in het verhaal.

In ‘Slak krijgt vleugels’ is het eigenlijk de omgekeerde ‘beweging’: Slak is namelijk altijd rustig en ontspannen, maar leeft ook op een paar vierkante meter. Hij wil ook weleens de wijde wereld zien! Maar hij heeft geen idee hoe. Vlinder neemt hem mee op zijn langste tocht ooit. Dat is een hele beproeving voor Slak, maar uiteindelijk ontdekt hij de wijde wereld en leert hij van Vlinder hoe hij dat nog een keer kan doen, ook als hij weer is aangekomen bij zijn favoriete stekje aan het meer.

Het is dus ook een boek dat ‘meer’ is dan een prentenboek als je dat wilt: je kunt er veel van leren, over jezelf, een ander, over rustig worden, of juist je vleugels uitslaan. Maar dat hoeft niet. Je kunt er ook gewoon heerlijk in wegdromen, plezier van hebben en er om lachen, want het is ook allemaal erg grappig wat ze meemaken. “

Hoe ben je op het idee gekomen?
“Dat is altijd het mooiste moment, vind ik: het krijgen van het idee. Ik zat eigenlijk gewoon wat te schetsen en schrijven aan mijn werktafel in de serre. En na wat schetsen van een ‘vlindervrouwtje’, kwam daar opeens een slak bij. En had ik een verhaal in mijn hoofd, de zinnen kwamen vanzelf. Ik hoefde ze allemaal maar op te schrijven. Het was eerst één verhaal. Later realiseerde ik me dat het eigenlijk twee verhalen waren, dat Vlinder en Slak dan allebei tot hun recht zouden komen. En de een niet beter zou zijn dan de ander, of leuker, of mooier. Ook was me toen al duidelijk dat het over twee ‘bewegingen’ gaat die we allebei nodig hebben: de wereld in gaan EN tot rust komen. Eigenlijk leren kinderen door de verhalen spelenderwijs verbinding te maken met hun binnenwereld. Dat is heel belangrijk in deze tijd. Je moet daarom regelmatig slakken, om daarna weer te kunnen vlinderen.”

Wie ben jij? En ben je meer Vlinder of Slakkie?
“Ha ha, dat is een goede. Ik denk dat ik meer een Vlinder ben, en soms een hele drukke, vooral in mijn hoofd. Ik heb altijd veel ideeën, wil het liefst alles tegelijk. Ik houd enorm van de wereld, de natuur, alle mogelijkheden die het leven biedt. Eigenlijk heb ik aan een leven te weinig om te doen wat ik allemaal wil doen. Dus een Vlinder: ja. Maar ik heb ook enorme behoefte aan rust, mijmeren. Dat heb ik altijd gehad. Dan kom ik ook pas op echt goede ideeën.

Vlinder en Slak zijn nu in evenwicht bij mij, maar het heeft veel moeite gekost om dat zo te krijgen. Dat klinkt misschien raar, maar zo is het wel. Ik moest leren slakken, naar binnen keren, mezelf voeden, toen ik echt niets meer kon: geen lepel vasthouden, geen letter lezen. Ik belandde vijf jaar geleden door allerlei tegenslagen en  langdurige stress in een volledige burn out. Het evenwicht tussen de Vlinder en de Slak in mij heb ik leren herstellen door te aanvaarden dat ik ook ok was als ik niets kan, niets kan geven. Mijn kinderen niet kon voorlezen, niet naar school kon brengen. Dat was een hele moeilijke tijd.

Toch heeft het ook veel inzicht gegeven en mijn gewoontes voorgoed veranderd: ik neem nu echt bewust tijd om te ‘slakken’. Omdat ik het fijn vind, en omdat het nodig is om in balans te blijven. En op het moment dat ik dat door had, ontstond het verhaal Vlinder & Slak. Mooi toch?”

Wat hoop je dat ouders en kinderen aan jullie boek hebben?
“Vooral heel veel plezier, herkenning en erkenning.  Dat het een feest wordt om te ontdekken dat je soms meer van Slak hebt. En soms meer van Vlinder. En dat dat helemaal ok is! Dat je ok bent zoals je bent.”

Is het boek al te koop? Waar en vanaf wanneer? Waar kunnen we meer informatie vinden?
Het boek is sinds vandaag te koop via verschillende webwinkels en kinderboekenwinkels. Alle informatie vind je op: www.deopenplek.nl.

Alle nieuwste acties, weetjes en leuke dingen vind je het eerst op Facebook Hartenkracht. Daar posten we ook regelmatig inspirerende teksten, oefeningen of activiteiten.