Multiculti opvoeden

Deze zomer heb ik ze weer gezien in vele soorten en maten. Opvoeders. Van de Italiaanse moeder wiens kind na de lunch niet mag zwemmen uit angst voor verdrinking, de Nederlandse ouders die hun kleuter het menu voor de komende dagen laten bepalen tot de autoritaire Franse vader wiens gehoorzame kinderen keurig stilzitten in het restaurant en alles opeten. De verschillen verrasten me. Én zetten me aan het denken.

010

Wij Nederlanders gaan over het algemeen informeel met onze kinderen om en laten ze redelijk vrij. Als aanhangers van het poldermodel sluiten we compromis na compromis, zoeken we consensus en geven we inspraak. Wil Tim of Lisa niet meer zwemmen? Dan haasten we ons terug. Liever geen kasteel of kerk bekijken? Dan blijven we toch lekker op de camping. Als onze kinderen het leuk hebben, hebben wij het leuk, is het credo. Ons kroost noemt ons Bart en Karin. Kinderen staan immers gelijk aan volwassenen. Ja, Nederlandse jongens en meisjes hebben best wat te vertellen thuis.

Hoe anders gaat het in Italië, waar het te warm is om je druk te maken over opvoedregels en bedtijden. De ouders van Roberto en Julia zijn zelden streng of boos. Wat trouwens ook niet hoeft, want dat is de taak van opa en oma. Wat doen Italiaanse papa’s en mama’s dan wel? Hun kinderen verwennen. Alles betalen. Ze tot hun dertigste thuis laten wonen. 24/7 opletten en ze beschermen voor verstikking, verbranding, vergiftiging en andere gevaren. Ze afdrogen na een sprong in het zwembad, zodat ze niet doodgaan aan een longontsteking. Dat idee.

En dan de Fransen. Dat übergedisciplineerde volk dat immer haar zelfbeheersing bewaart. Zij brengen hun kinderen groot met regels, regels en nog eens regels. Spreek met twee woorden. Eet zonder te knoeien. Pas als ze volwassen zijn, tellen Francois jr. en petite Eloise mee als mens. Het Franse volk mag dan wel prat gaan op haar ‘liberté, egalité en fraternité’, in de opvoeding zie je hier bar weinig van terug. Liberté? Inkaderen en lange dagen maken op school zul je bedoelen. Egalité? Zolang de kinderen zich aanpassen aan papa en mama misschien. En fraternité? Kom op zeg. Fransen zijn oúders van hun kinderen. Geen vrienden.

Nu ik het zo bekijk, concludeer ik dat ik mijn kinderen behoorlijk Nederlands opvoed. Ik laat ze hun knieën kapot vallen en de vaatwasser inruimen. Willen ze vandaag graag aardappels-groente-vlees? Vooruit dan. En morgen wordt het iets exotischers naar míjn keuze. Hebben ze geen zin om die kerk te bezichtigen? Jammer dan, gisteren ben ik de hele dag mee van de engste glijbanen gegaan. Ze gaan mee, of ze nu willen of niet. Het gezegde ‘als de kinderen het maar leuk hebben’ geldt wat mij betreft andersom net zo goed. Mijn opvoeding heeft dus ook wel een Franse slag, blijkbaar. Wat ik nog van de volkeren om me heen kan leren? Me minder schuldig voelen als ik moet werken of in het weekend naar een feestje ga (menig Frans kind zit zowat 24/7 bij de opvang). Mijn kinderen mogen ook best wat meer van me aannemen, gewoon omdat ik hun moeder ben. Ik ben wel klaar met die grote mond! En oja, ik moet ze ook écht iets meer zelf laten regelen, want een stel Italiaanse prinsjes, dat wil ik natuurlijk niet.

Om de daad bij het woord te voegen, liet ik mijn oudste afgelopen week alleen zijn internetabonnement afsluiten én betalen. Ik schreef mezelf in voor een wekelijke cursus en legde de oppas vast voor drie maanden. En o wee als ik commentaar krijg als ik de deur uitga. Dan eten we de dag erna geen kipschnitzel met aardappels.

Vakantietip voor mei of juni: Le Mas d’en Haut

Soms kom je op plekken waar je het meteen vanaf minuut 1 heerlijk vindt. En niet alleen jij: ook je kinderen. Le Mas d’en Haut in Frankrijk is zo’n plek. Ik ben er zelf meerdere keren geweest en elke keer weer was het genieten. Eigenaren Paula en Willem weten wat je nodig hebt om een supervakantie te hebben. En niet alleen in de zomervakantie, maar ook in de meivakantie of (voor de ouders van niet schoolgaande kinderen onder ons) in juni. Want na het grote succes van vorig jaar organiseren Paula en Willem dit jaar wederom de Stoere Gezinnen Week in mei. Nieuw dit jaar is de Wilde Peuter en Kleuter Week in juni.

010

Stoere Gezinnen Week 2016

Voor gezinnen die een week lang verzorgd willen worden en graag mee gaan op spannende excursies. Met een boswachter het bos in, grote vuren en boomhutten bouwen, een dropping. Kortom: leuk, een week zonder iPad en andere schermen. Ouders mogen mee of kunnen ervoor kiezen lekker een boek te lezen aan het verwarmde zwembad. En het mooie: zij hoeven een week niet na te denken over boodschappen doen of het eten. Paula en Willem verzorgen drie maaltijden per dag! Je kunt kiezen welke week: van 24 t/m 30 april óf van 1 t/m 7 mei.

Wilde Peuter en Kleuter Week 2016

Zijn je kinderen nog niet schoolgaand? Dan is de Wilde Peuter en Kleuter Week iets voor jou! In de week van 12 t/m 18 juni is Le Mas d’en Haut het domein van de kleinste stoere gezinsleden. Ook deze week staat in het teken van avontuur, speurtochten, hout sprokkelen en genieten van de natuur. En ook in deze week verzorgen Paula en Willem drie heerlijke maaltijden per dag.

Meer weten?

Lijkt het je wat? Kijk dan op de site van Le Mas d’en Haut (klik op ‘special’) voor meer informatie!

Meertalig opvoeden: on the klaibaan mit me

Het is geweldig om te zien hoe de kinderen de nieuwe talen oppakken. Inmiddels merk ik dat ze echt heel veel Engels verstaan en begrijpen. We hebben ook samen veel plezier in het lezen van Engelse boeken. Het spreken is nog wat lastiger. Zo bedenken ze zelf de mooiste Engelse woorden en krijg ik zo nu en dan ’s avonds een lesje ‘Arabisch’ van m’n dochter. Je zou bijna denken dat ze het boekje ‘I always get my sin’ (M.H. Rijkens) hebben gelezen want ze zijn een kei geworden in het uitspreken van Nederlandse woorden met een Engels accent. Zo vraagt m’n dochter aan haar vriendje Ramsey (a.k.a. Wempsi): ‘you want on the glijbaan mit me?’ Spreek daarbij glijbaan uit als klaibaan. En natuurlijk snappen die kindjes meteen wat ze bedoelt! Ze weten zich uitstekend te redden en hebben zoveel plezier hebben met kinderen van allerlei nationaliteiten. De oudste geniet van alle nieuwe woorden die hij leert op school. De thema’s zijn ontzettend leuk en we leren regelmatig nieuwe woorden van hem. Zo vond hij het woord ‘sea anemone’ prachtig en leerden we gisteren dat een lieveheersbeestje ‘ladybug’ heet. We merken dat hij niet alleen de Engelse taal leert maar dat hij meer gevoel krijgt voor talen in het algemeen. Als hij Duits hoort weet hij direct dat het Duits is, zo ook als hij Arabisch hoort. Het kan niet anders dan dat ze hier hoe dan ook in hun verdere leven profijt van gaan hebben.

Tijdens mijn werk bij de CED-Groep in Rotterdam heb ik regelmatig aandacht besteed aan taalachterstanden in Nederland. We weten dat als het taalaanbod thuis arm is, het kind een taalachterstand zal hebben waar het niet snel meer vanaf komt. De investeringen van de overheid en gemeenten zijn enorm om te voorkomen dat kinderen op deze manier ongelijke kansen hebben in het Nederlandse onderwijs. Omdat het bij ons thuis nooit aan de orde is geweest en de kinderen als vanzelf een prima woordenschat opbouwden is het interessant om te zien hoe hier nu iets anders gebeurt. Ik hoor, terwijl het Engels verbetert, het Nederlands verslechteren. De kinderen gebruiken minder vaak nieuwe Nederlandse woorden en er glippen vaker dan voorheen foute vervoegingen tussendoor. Het taalaanbod Nederlands was zo ontzettend rijk toen we nog in Rotterdam woonden vergeleken met nu dat ik nog beter kan begrijpen hoe zo’n taalachterstand bij kleine kinderen ontstaat. Veel verschillende en nieuwe verhalen voorlezen helpt, het bezoek van opa en oma helpt omdat zij weer net andere woorden dan wij gebruiken. Maar zoveel variatie als ze nodig hebben kunnen wij niet voor elkaar krijgen. Soms ben ik bewust bezig met nieuwe woorden aan te bieden, maar ik zal ook situaties moeten creëren waarin we samen nieuwe woorden moeten ontdekken. Gelukkig hebben we leermiddelen van de Wereldschool die we kunnen gebruiken als leidraad. Die pak ik er regelmatig bij. En natuurlijk weet ik dat een rijk aanbod aan Engelse taal ook meetelt waardoor hun taalniveau hopelijk op peil blijft.

Ook bij andere gezinnen zie ik hoe lastig het moet zijn om kinderen tweetalig op te voeden en snap ik de vragen die deze ouders soms hebben over welke taal ze op welke manier moeten stimuleren. Binnen de compound zijn veel kinderen drietalig. Moeder uit Japan, vader uit Frankrijk en naar de Amerikaanse school bijvoorbeeld. De ouders maken vaak keuzes als: deze taal spreken we met elkaar, deze taal wil ik dat ze tegen mij spreken, deze taal mogen ze onderling spreken en deze taal wil ik dat ze alleen maar kunnen verstaan. En dan heb je het nog niet eens over welke taal ze kunnen lezen en schrijven! Deze ouders vertellen ook dat ze aan hun kinderen merken dat ze het lastig vinden, al die talen door elkaar. Maar ja, je wil toch wel heel graag met je oma kunnen praten…

Als ik dat hoor ben ik erg blij dat bij ons de Nederlandse taal onbetwist onze moedertaal is en blijft. Dan hoef ik me alleen maar zorgen te maken over hoe ze over een tijdje weer in zouden kunnen stromen in het Nederlandse onderwijs.