Reken daar maar op!

Frustraties bij het huiswerk aan de keukentafel: “Ik let wel op mama, maar ik snap het gewoon niet!”. Een steek van medelijden overvalt mij. Het is niet leuk als je rekenen echt niet begrijpt. Het is al helemaal niet leuk als je daarom extra moet oefenen. Ik denk te weten wat er in jouw hoofd om gaat, want ik herken het.

De paniek die opkomt bij het niet weten, als je een moeilijke som leest. De paniek die alles in je hoofd en lijf blokkeert.

huiswerk

 

Juffen en ouders die zeggen: “Let nou eens op!” en “Wat niet af is moet je na schooltijd nog maken”. Je let op en je wil sneller, maar je kan uren naar de sommen kijken zonder het antwoord te weten.

Er zijn momenten waarop je liever niet naar school gaat. Omdat je het zo erg vindt dat je steeds als laatste klaar bent met rekenen.

“Ik denk dat de juf mij niet begrijpt…”, fluister je.
Ik ben er ook bang voor lieverd.

Of eigenlijk ben ik bang dat het hele schoolsysteem jou niet begrijpt. Dat je nu dingen moet leren waarvoor je later gewoon een computer kunt gebruiken. Terwijl er zo weinig aandacht wordt gegeven aan de dingen die echt belangrijk zijn in het leven. Precies die dingen die jij zo leuk vindt!

De dingen die een computer niet kan. Creatief zijn. Verhalen bedenken. Communiceren en elkaar begrijpen. Inleven in elkaar. Lachen met elkaar. Als we daar meer aandacht aan zouden besteden, dan zou de wereld toch een stuk mooier zijn?!

“Mama, voor ik met mijn huiswerk verder ga, heb ik een raadsel voor je… hoeveel is 57 min 15?” Ik trap er nog in ook. Het antwoord schrijf je lachend op in jouw schrift. En ik ben trots.

Met jouw creativiteit en humor zal je de wereld een stukje mooier maken, reken daar maar op!

Kusjeskring

Het is zaterdagavond 23.00 uur en ik ga weg van een feestje.Elk wijntje is afgeslagen, de klok keurig in de gaten gehouden en de tijd gekomen. Ik mag mijn zoon ophalen van zijn eerste ‘fuif’. Ik mijmer weg en denk aan míjn tijd in groep 8. Aan oogcontact met de leukste jongen van de klas. Aan slowen op Milli Vanilli. Aan voorzichtige eerste kussen. Whaaahaaa. Zou mijn jongen ook…?

dreamstime_s_12081421

Al kan ik me er nog niks bij voorstellen, hij weet écht wel hoe en wat. Door internet, een open opvoeding en seksuele voorlichting vanaf de onderbouw zijn onze kinderen tegenwoordig sneller dan snel op de hoogte. Waar ik destijds werd voorgelicht met ’n boekje van de Rutgers Stichting, dat mijn moeder op mijn bed gelegd had, praten we tegenwoordig gewoon met onze kinderen over vrijen, schaamhaar, dildo’s en condooms. En doen we het zelf niet, dan doet dr. Corrie of YouTube het wel voor ons. Maaaaar, en dit is best een geruststelling vind ik, het feit dat de kinderen van deze tijd op jongere leeftijd alles weten, betekent niet dat ze eerder actief zijn dan wij vroeger. De gemiddelde leeftijd voor een eerste zoen ligt anno 2015 nog steeds op 13 à 14 jaar. En seks volgt een jaar of drie later. Pfiieeeuwww. Dat klinkt acceptabel.

Terug naar mijn zoon in groep 8. Hij gaat naar kinderfeestjes die steeds minder van het kaliber koekhappen/spijkerpoepen zijn. Waar hij eerder deze week nog vroeg of hij bij dat klassenfeest ook kon voetballen, vroeg hij eerder deze avond of die nieuwe spijkerbroek al uitgewassen was. Het kan snel gaan. De gel is niet aan te slepen en elke ochtend hangt hij met zijn hoofd onder de kraan. Bij het wegbrengen een paar uur geleden zag ik discolampen, cola en meisjes met mascara. Slik. Ik geef een dot extra gas.

Knalrood en bezweet tref ik hem aan, mijn elfjarige kerel. Volgens de moeder van de jarige viel het springkussen, dat er toevallig stond voor het familiefeest de volgende dag, nog het meest in de smaak. Hijzelf verkondigt op de terugweg dat die meisjes ‘echt denken dat ze mooier worden van die make-up’ en ‘alleen maar aandacht voor hun telefoon hebben’. Geen kusjeskring dus. Geen flesje draaien of Truth or Dare.

Zie je wel. We hebben nog even.

Gezinstradities doorgeven…. voor wie doe je het?

Mijn beste vriendin op de lagere school vroeger heette Cecile. Haar moeder bakte iedere zondag een taart. Jaar in jaar uit. Naast veel middagen na school, wipte ik dus ook graag op zondag toevalligerwijs even aan. Het was een heerlijk, huiselijk ritueel. Haar ouders dronken er zwarte filterkoffie met slagroom bij uit lichtgroene mokken… Het geheel is in mijn geheugen gegrift en roept warme gevoelens op.

Onlangs haalde ik een vriendinetje van mijn eigen dochter op. De geur van appeltaart kwam me tegemoet… Haar moeder bleek dezelfde gewoonte te hebben! Die vertelde hoe ze bewust dat familiemoment creërde voor haar drie dochters en daar keer op keer ook zelf zo van genoot. Bofkonten, dacht ik.

Op weg naar ons eigen huis besefte ik met schrik dat het meisje vanwege de speelafspraak haar taart dit keer zou missen. Vond ze dat niet jammer? Haar antwoorde was ontluisterend: “Nou nee hoor! Die taart kan me gestolen worden. Daar is allang echt niks meer aan”. Ik was er even stil van. Wat hoorde ik?! Betekende dit dat haar moeder, zonder het te weten, eigenlijk ‘enkel’ haar eigen geluksmoment creëerde? Was ze, denkend dat ze iets fijns voor haar dochters deed, wellicht slechts bezig met het goedmaken van een eigen gemis? Of juist krampachtig iets aan het opleggen omdat ze zelf ergens zo van genoten had? Geen ouder vreemd, immers.

dreamstime_s_5614494

 

Wakker geschud en met een lichte medelij met de moeder dacht ik hier nog even over na.… én over hoe ik 30 jaar later nog contact heb met Cecile plus moeder. … en over hoe er inmiddels in die beíde huishoudens zonder een weekend over te slaan op zondag taart gebakken wordt…. Daarnaast vroeg ik mij af of Cecile en ik vroeger echt áltijd voor de laatste pistache-meringue creaties van haar moeder te porren waren geweest…

Gezinstradies zijn goud waard en moet je in ere houden. Oók als het even tegenzit.