Zo leer je jouw kind fietsen in het verkeer

Nederland is hèt fietsland bij uitstek! En dat is heerlijk en gezond, maar, zeker als je denkt aan je kinderen, niet altijd zonder gevaar. Het is dan ook heel belangrijk om je kind goed te leren veilig te fietsen. Maar hoe leer je je kind zich redden in het verkeer? Zeker als ze nog klein zijn, is het oplepelen van een rits aan verkeersregels waarschijnlijk niet zo effectief. Maar wat dan wel? Net zoals bij veel andere dingen die ze moeten leren, is het bij veilig leren fietsen ook een kwestie van oefenen, oefenen en nog wat oefenen. Ga er zo vaak mogelijk samen op uit op de fiets, zodat je kind vertrouwd raakt met zijn of haar fiets en in het verkeer. En geef het goede voorbeeld. Veilig fietsen kan je leren!

Een goede voorbereiding is het halve werk

Ook bij fietsen geldt: een goede voorbereiding is het halve werk. Het begint met de vraag: Hoe kies je de juiste fiets? In de praktijk zitten veel kinderen op een te grote fiets, waardoor ze bijna vallen. Het lijkt misschien handig om een fiets ‘op de groei’ te kopen, maar dat is niet verstandig. Een kind moet met zijn voeten bij de grond kunnen komen, om snel te kunnen afstappen als dit nodig is. Balans is één van de moeilijkste dingen bij het leren fietsen, en als ze met hun voeten bij de grond komen, geeft dat net dat beetje extra vertrouwen.

Zorg voor de juiste randvoorwaarden om veilig te fietsen: een goed passende fietshelm, goede verlichting en check ook zeker de remmen. Zeker bij kleine kinderen is het aan te raden om zowel een terugtraprem als een handrem te hebben, omdat ze soms moeite hebben met één van beide manieren. Gekleurde kleding of reflectie-elementen op de kleding kunnen bijdragen aan de zichtbaarheid van je kind, net als een vlaggetje achterop de fiets.

Leuke tip: bekijk deze filmpjes op YouTube ter inspiratie.

En fietsen maar!

Je kind veilig leren fietsen begint eigenlijk al zodra je kind bij je achterop de fiets zit. Dan moet je al het goede voorbeeld geven, zoals je hand uitsteken om richting aan te geven, op tijd stoppen bij stoplichten of voorrangswegen. Kinderen leren heel veel door het observeren van jouw gedrag, zo ook in het verkeer. Het is dus ook goed om van jongs af aan te verwoorden wat je doet en ziet in het verkeer, en waar je op moet letten. Vertel je kind waarom je bijvoorbeeld je hand uit steekt, praat over het verkeer en de andere verkeersdeelnemers. Ook als je in de auto zit, is het goed om te wijzen op gevaarlijke verkeerssituaties, en bijvoorbeeld te laten zien hoe slecht je een fietser zonder licht kunt zien vanuit de auto.

Neem de tijd

Neem de tijd om te oefenen in het verkeer. Ga er lekker op uit in de weekenden, maar ook de dagelijkse route naar school is een prima uitgangspunt. Zorg dan wel dat je ruim op tijd vertrekt, zodat je onderweg tijd hebt om de verkeerssituaties uit te leggen. In het begin hou je je kind naast je en vertel je gaandeweg wat hij of zij goed doet en wat je ziet. Kijk goed wat hij of zij aan kan! Als je kind nog vreselijk zit te wiebelen en moeite heeft met de balans, dan heeft hij/zij nog geen oog voor de verschillende voorrangsregels en dergelijke.

Heb je net een nieuwe kinderfiets aangeschaft? Vergeet dan niet om je kind te leren hoe je een fiets op slot zet. Ook kinderfietsen zijn erg diefstalgevoelig. Zet je fiets altijd veilig op slot. Bijvoorbeeld met een ABUS slot van Slotenspeciaalzaak.

Als het fietsen steeds beter gaat, kan je stap voor stap beginnen met de regels. Verkeer van rechts heeft voorrang, steek netjes je hand uit als je af wilt slaan, stop bij voorrangswegen of moeilijke kruispunten, en ga zo maar door. Dan kan je steeds wat meer afstand nemen en kijken hoe het gaat. Bespreek dit, geef complimenten en tips, en blijf zelf het goede voorbeeld geven!

Sportstress

“Als je een keer meedoet, vind je het vast leuk”, hoor ik mezelf zeggen. “En anders gaan we zaterdag gewoon kijken bij paardrijden, ik weet zeker dat je dat wat vindt.” Het is wat, je zoon een sport laten kiezen. Want het moet natuurlijk niet alleen leuk zijn, het liefst ook lekker actief, gezond, goed voor de sociale vaardigheden en een beetje betaalbaar. Én geen aanslag op zijn agenda.

hockeyveld2

 

Na het behalen van de zwemdiploma’s begon meneer met voetbal. Met twee grote broers als voorbeeld was dit een voor de hand liggende en veilige keuze. In de tuin (en woonkamer…) werd uiteraard al volop gebald dus de stap richting aanmelding was allesbehalve groot. En eerlijk is eerlijk: ook voor papa en mama was het best handig. We stonden toch al de halve zaterdag langs de lijn en het socializen in de kantine beviel ons prima. Na één seizoen moet nu echter toch geconcludeerd worden dat onze kampioen niet meekan met zijn leeftijdsgenootjes. Ons ‘Pietertje’ wordt opvallend veel reserve gezet en komt amper aan de bal. Bovendien is drie keer per week voetballen niet bepaald te combineren met het drukke schoolleven van een derdegroeper. Tieme heeft zijn energie overdag hard nodig en wil na schooltijd veel liever chillen dan haastig omkleden, eten en zich naar het veld haasten. We hebben zijn voetbalcarrière dus vroegtijdig beëindigd. Het moet wel leuk blijven.

Het vraagstuk ‘welke sport past bij hem?’ is actueler dan ooit. Want dat hij moet sporten, daar zijn we het over eens. Bewegen is goed voor zijn gezondheid en sociale ontwikkeling en als hij te veel stilzit krijgt hij zijn peutervet straks weer terug. Wetende dat hij fijn alleen speelt en zich graag afzondert om van de drukte weg te zijn, kom ik uit bij een individuele sport. Niet iedereen is immers een samenwerker. Hem thuis observerende, terwijl hij in de weer is met broers, speelgoed en meubels, krijg ik het idee dat een vechtsport op z’n lijf geschreven is. Boksen. Rugby. Zolang de woorden lomp, hard en ongecontroleerd er maar in voorkomen. Kijk, zo komen we vanzelf ergens.

Om het een beetje beschaafd te houden, zijn we afgelopen week gaan kijken bij judo en taekwondo. Goed voor zijn motoriek en misschien leert hij hier dat elkaar aanraken niet altijd vechten hoeft te betekenen. Wat me echter opvalt, is dat het er hier wel héél gedisciplineerd aan toe gaat. Keurig op je beurt wachten. Niet kletsen. Een afsluitende groet richting de sporter met de donkerste band. Slik. Ik ben niet zo van de hiërarchie… En Tieme is niet zo van het wachten en stilzitten vrees ik.

Wat is nu wijsheid? Moeten we ons springerige kind dat veel duidelijkheid en structuur nodig heeft in het gareel houden (of proberen te krijgen) zoals op school ook al het geval is? Of moeten we hem juist vrij laten bewegen en de kans geven te spelen, als compensatie voor het strakke schoolritme? Ik hop van judo naar paardrijden. Van turnen via zwemmen naar de scouting. En nu weten we het helemaal niet meer. Voorlopig gaan we overal maar eens kijken en meedoen. Van proberen kun je immers leren. En als we er echt niet uitkomen, gaan we gewoon buitenspelen. Zoals vroeger. Actief? Check. Gezond? Check. Ook de criteria ‘sociaal’, goedkoop’ en ‘niet te tijdrovend’ kan ik afvinken. Wie doet er mee?

Trainer van je sportende kind

Al enkele jaren geef ik op verschillende sportclubs lezingen en workshops, voor zowel ouders (wat wordt er van jou als ouders verwacht langs het sportveld?) als jeugdtrainers (hoe ga je om met kinderen en hun ouders, hoe kun je de orde in de groep behouden op een manier die voor iedereen zorgt voor meer sportplezier?). Nu het sportseizoen weer gaat beginnen wil ik graag twee filmpjes met je delen. Speciaal voor jou als trainer van (je eigen) sportende kind(eren).

spelplezier

Eerst een mooi filmpje van collega Steven Pont, over het ‘maken van cultuur’ in een sportteam. Wanneer kies je voor een rol als generaal en wanneer kun je meer een allemansvriend zijn?

Het tweede filmpje (van TV Sportplezier) deelt vier inzichten over het trainerschap met je:

Heel veel plezier dit seizoen!