Berichten

Zijn eerste wedstrijd

Afgelopen zondag was het zo ver: de allereerste echte hockeywedstrijd van mijn zoontje. Na een half seizoen ‘alleen maar’ trainen, mocht hij eindelijk een wedstrijd spelen. Uit nog wel, tegen een andere club. In een echt tenue.

sportiviteit_en_respect

De dagen voorafgaand aan de wedstrijd stonden voor Dim in het teken van het passen van het tenue (wat heet: een dag voor de wedstrijd wilde hij het al aan) en al vast lekker filosoferen over het echte werk. “Tegen welke clubs moeten we dan papa?” En: “Mogen we ook een keer thuis spelen? Anders is het niet eerlijk!” Wat had hij er zin in!

Op zondag was hij er helemaal klaar voor. Echt hockeyshirt: check. Veel te grote maar echte hockeybroek: check. Sokken en scheenbeschermers: check. Gebitsbeschermer: check. Een voorbereiding waar menig oud-teamgenoot van papa een puntje aan kon zuigen. Op naar Hilversum, op naar Spandersbosch. Daar was het een gezellige drukte van jewelste, waarin coach Tischa de jongetjes nog even uitlegde wat de spelregels ook al weer zijn.

Tijd voor de wedstrijd. Slik, dat team van Spandersbosch leek wel erg groot en sterk. Dat was duidelijk te merken ook, maar het enthousiasme van Dim en zijn maatjes was er niet minder om. Hoeveel doelpunten Spandersbosch ook maakte, het deerde hen niet. Eerlijk gezegd was ik daar, het fanatisme van mijn zoon indachtig, positief door verrast. Hij is normaal gesproken niet zo heel goed in verliezen, to put it mildly. Deze zondag wel, ondanks een coach van de tegenstander die in zijn eigen enthousiasme na weer een doelpunt een tikkie onnadenkend heel hard vroeg hoeveel het stond. Het maakte de mannetjes niet uit. Ze werkten samen, incasseerden, leerden verliezen en maakten plezier. Precies waar sport op deze leeftijd wat mij betreft om draait.

En de ouders? Die stonden erbij, riepen ‘Hup!’ en genoten ook. Echt waar, fanatieke ouders zijn helemaal niet nodig. Het fanatisme zit al in de kinderen. Of niet, ook goed. En dan ga je daar als ouder langs de lijn helemaal niets aan veranderen.

Gedrag langs de lijn

Hockey is een nette sport, zeggen velen. En het WK in 2014 was een visitekaartje voor ons land en voor de sport. Het is mijn sport. Ik beleef veel plezier aan deze sport. Als ouder langs de lijn, soms als trainer of coach en ook als scheidsrechter. En ik ben trots op onze club dat wij zo voortvarend CS+ (Club Scheidsrechter Plus, een groep enthousiastelingen die steeds beter willen leren fluiten) in onze club invoeren.

hockeyveld2

Over het algemeen ontmoet ik heel erg veel liefhebbende, goedwillende, supporterende, stimulerende bevestigende en enthousiaste ouders. Maar soms zijn er ook aparte ouders langs de lijn. Fanatiek, luid, dominant en ergerniswekkend. Deze ouder die ik in oktober 2014 ontmoette spande de kroon. Een pass van achter naar de rechtsbuiten. Vlak bij waar ik als scheidsrechter stond. Speler (12 jaar) moest zijn best doen om de bal te stoppen. Sist een ouder van de tegenstander langs de lijn: “Mis!” Echt waar.

Ongelofelijk, dacht ik. Ik draaide me om en sneerde in een vlaag van acute ‘adremheid’ terug. “Wat u zegt, dat bent u! Net als op de kleuterschool: alles wat je zegt ben je zelf”. En ging toen weer door met mijn taak: kinderen een plezierige wedstrijd bezorgen door goed te fluiten. Ik hoorde gelach in mijn rug. 🙂

Wat is nou mijn punt?

Emoties horen bij de sport, zal iedereen kunnen beamen. En dat ouders die ook hebben, soit. Hoewel soit. Menig ouder zegt als excuus dat ze zo betrokken zijn en dat teksten als “hé scheids, . . . . . . .” daarbij horen. Ik vind dat het er niet bij hoort, ook al gebeurt het nog zo hockey-achtig netjes, wat niet altijd het geval is.

Mijn wellicht makkelijke stelling is dat deze volwassenen die naar sportplezier van hun kinderen komen kijken zich in hun uitingen langs de lijn moeten inhouden en beperken tot “goed zo” en “kom op”. Of woorden van gelijke strekking. En het liefst ook nog eens niet de naam van een kind, laat staan het eigen, te roepen. Ieder kind die je deze vraag en antwoord voorlegt zal dat beamen. Ouders: houd uw mond! Je lijdt toch niet aan het Syndroom van Gilles de la Tourette?

En mochten de gemoederen hoog oplopen, dan vind ik dat na een tijdje de emotie plaats moet maken voor reflectie en het inzicht wat het gedrag van ouders langs de lijn voor invloed heeft op kinderen. Dat kan een stuk positiever.

Punt!

Ouders langs de lijn: de scheidsrechter

Dit is mijn derde seizoen als Club Scheidsrechter Plus (CS+) in het hockey. Als CS+ ben ik onderdeel van een groep enthousiastelingen op mijn club. Na een interne opleiding en het afleggen van een praktijkexamen kan je toetreden tot deze groep. Wij hebben de ambitie door workshops van onder meer Hoofdklasse Bond-scheidsrechters ons niveau te verhogen. Belangrijk onderdeel is het geven van feedback aan elkaar na afloop van een wedstrijd. Best spannend, maar zeer leerzaam. Met elkaar zorgen we ervoor dat we beter worden. En dat is leuk. Het levert bovendien een verhoging van het plezier in het veld op. Dat is zichtbaar. Ik sta er met mijn neus bovenop. En we leren elkaar ook nog eens beter te reflecteren. Want reflecteren kun je leren. Sterker nog, moet je leren. Maar dat terzijde. Dat is een onderwerp voor weer een volgend blog.

robmudde_scheidsrechter

Het zijn van CS+ heeft mij in ieder geval nog meer de ogen geopend wat er op en rond een sportveld allemaal voor invloeden zijn die het plezier vergroten en helaas ook verkleinen. Want je blijft toch ‘maar’ een clubscheidsrechter en die hebben het in de ogen van sommige ouders en ook kinderen (in welke volgorde?) toch altijd gedaan als het niet goed gaat. We hebben bijna per definitie de schijn tegen. En dat steekt. Wij zijn namelijk erg aanspreekbaar op eventuele verkeerde beslissingen. Die proberen we natuurlijk tot een minimum te beperken, niet alleen door heel goed met het spel mee te lopen en er dus bovenop te zitten, maar ook door echt samen te werken en elkaar te steunen en indien gevraagd tijdens de wedstrijd te adviseren. Maar natuurlijk gaan er zaken fout in het veld. Door spelers en ook door scheidsrechters. Laat daarover geen twijfel bestaan.

Het zou voor ouders langs de lijn erg goed zijn om zich eens goed te verplaatsen in de scheidsrechters. Dat kan beginnen door de spelregels echt goed te leren en niet te denken dat je die wel weet omdat je al jaren langs de lijn staat of vroeger zelf hebt gesport (“hoog gesport”). Daarnaast zou het goed zijn te accepteren dat er verschillen van mening zijn of dat er soms fouten gemaakt worden. En vaak gaan die over interpretatie. Alleen al door de positie van de scheidsrechter in het veld versus de positie van de ouder langs de lijn onderschrijf ik de stelling dat de scheidsrechter meestal het voordeel van de twijfel moet krijgen. En de over het algemeen grotere regelkennis komt daar als argument nog eens bij.

Maar hoe ga je daar als ouder langs de lijn nou goed mee om? Vanuit de gedachte dat je een kind niet helpt het te voeden met boosheid, argwaan, scepsis, minachting en disrespect voor iemand die de orde handhaaft (wat ook de rol is van een scheidsrechter). Dus mocht je na dit alles toch een andere mening hebben over wat er in het veld gebeurt, ventileer dit dan in ieder geval niet met de kinderen erbij. Nou zullen veel ouders zeggen, dat ze dat niet doen. Eerlijk? Een kind heeft haarfijn door hoe jouw blik is ten opzichte van de scheidsrechter en ontleent daar de legitimatie aan van zijn eigen gedrag. Dus als je een kind in het veld iets ziet doen dat niet door de beugel kan richting een scheidsrechter, kan je er gif op innemen dat een van de ouders (of beiden) hun mening in een eerdere situatie niet onder stoelen of banken hebben gestoken.

Het plezier van kinderen wordt aanzienlijk groter als ze geleerd hebben te accepteren dat het soms niet zo gaat als ze zouden willen en daarna vooral kijken naar wat ze daar zelf aan kunnen doen. Dus als uw kind thuiskomt of van het veld komt met commentaar op de scheidsrechter is het zaak als eerste meteen te reflecteren op je eigen rol (“Heb ik dat wellicht gevoed door zelf ook commentaar te hebben, hoe omfloerst ook en eventueel in het verleden?”). En vervolgens de boodschap af te geven over dat de scheidsrechter het heel misschien niet altijd goed doet, maar dat je de beslissingen wel hebt te accepteren. Heel simpel. Hij staat er dichter bij, kent de regels beter en doet naar eer en geweten dat wat goed is voor het spelletje en voor het plezier van de teams. Dus in plaats van de schijn tegen te hebben verdienen de scheidsrechters het om het voordeel van de twijfel te krijgen.

Punt!

Wil je meer lezen van Rob? Volg hem dan via Twitter en Facebook.

Workshop “Sportiviteit en respect”

Tischa geeft al jaren workshops op sportverenigingen, over gedrag van ouders langs de lijn en sportiviteit en respect. Kijk hier voor meer informatie.